vrijdag 7 februari 2014

Spyker moet 24.500 euro aan interim manager betalen

Spyker moet voormalig juridisch interim manager Joest Straat 24.500 euro aan achterstallige facturen uitbetalen. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam vrijdag bepaald.

Deze interim manager legal affairs, zoals de rechtbank hem omschrijft, had dit bedrag bij herhaling gevorderd van Spyker. Het gaat om drie facturen uit 2013 van samen 22.838 euro. Straat verzocht Spyker meermaals om betaling, onder andere middels een sommatie per aangetekende brief, maar Spyker kwam niet over de brug.

Verwijt van nalatigheid

De sportwagenfabrikant uit Zeewolde beriep zich aanvankelijk meerdere keren op betalingsonmacht wegens geldgebrek. Later kwam daar bij dat Spyker aan Straat verwijten ging maken over nalatig handelen ten aanzien van een overeenkomst met de Letse bank LKB. Spyker dreigde daarbij zelfs de schade van een claim van deze bank op hem te verhalen.

Spyker heeft Straat begin dit jaar aangeboden aan om de zaak op een akkoordje te gooien voor 10.000 euro, ongeveer de helft van het geëiste bedrag, maar dat weigerde hij.

De rechter oordeelt in zijn vonnis dat de vorderingen van de interim manager terecht zijn. Verder oordeelt de rechter dat Spyker niet aannemelijk heeft kunnen maken dat de man een concrete opdracht had ten aanzien van het LKB-dossier. De kwestie-LKB behelst een geschil over een leaseconstructie ter waarde van 2,3 miljoen, zoals wij in ons vorige blog hebben toegelicht.

Nijpend

De rechtszaak geeft aan hoe nijpend de financiële situatie bij Spyker lijkt te zijn. Het bedrijf heeft door de jaren heen een historie opgebouwd van problematisch betaalgedrag. Dat was al het geval toen er geldgebrek ontstond door Spykers mislukte Formule 1 avontuur in 2007. Ook bij het door Spyker overgenomen Saab gebeurde dat in 2011, en dat luidde uiteindelijk de ondergang van het Zweedse automerk in.

Spyker niet in Genève

Eerder werd bekend dat Spyker niet aanwezig zal zijn op de Autosalon van Genève die begin maart plaatsvindt. Ook dat is een slecht teken, omdat Spyker de afgelopen jaren altijd in Genève stond, ook als het moeilijk was. Genève is immers het jaarlijkse brandpunt van de mondiale autoindustie. Daar zijn alle ogen op je gericht en dat was voor Spyker-baas Victor Muller altijd de reden om niet te ontbreken op 's wereld belangrijkste autoshow. Spyker liet andere grote beurzen als de IAA in Frankfurt vallen, maar Genève bleef. Tot nu dan.

dinsdag 4 februari 2014

Spyker krijgt claim van 2,3 miljoen euro

Spyker heeft een claim van 2,3 miljoen euro tegen zich gekregen van een Letse bank. Dat bedrag komt voort uit een leaseconstructie die Spyker en zijn toenmalige Britse leverancier Coventry Prototype Panels (CPP) in 2010 aangingen met de bank SIA LKB Lîzings. Het betrof de financiering van de tooling waarmee de Spyker C8 Aileron modellen bij CPP in Engeland gebouwd zouden worden. CPP ging echter in 2012 failliet, nog voordat de productie op gang was gekomen.

Helemaal een verrassing is de claim niet. Spyker meldt in zijn halfjaarverslag over 2013 dat het met SIA LKB Lîzings in de slag is over de leaseconstructie van 2,3 miljoen, die in 2015 zou aflopen. Spyker betwist de voorwaarden ervan, vanwege het faillisement van CPP. Ook meldt Spyker dat het extra kosten heeft moeten maken om de gereedschappen na CPP's faillissement in handen te krijgen.
In strijd met eerdere uitspraken
Financieel directeur Arjen Dikken van Spyker laat dinsdag in De Telegraaf weten: "De machines zijn nooit geleverd en het Engelse bedrijf waar we gingen bouwen is failliet. De Aileron wordt daarom nu handmatig gebouwd in Zeewolde."


Spyker-topman Victor Muller echter heeft eerder gezegd, dat de tooling voor de Spykers na het faillissement van CPP naar Zeewolde is gehaald. Muller zei toen dat Spyker de tooling had gekocht van de curatoren van CPP en hij benadrukte dat daarmee de productie van Spyker-sportwagens was veiliggesteld. Dat is overeengekomen in maart 2012, nadat CPP in januari 2012 was omgevallen. Bovendien hebben wij tijdens bezoeken aan de Spyker-fabriek in Zeewolde de tooling met eigen ogen zien staan.

Dus wat Arjen Dikken in De Telegraaf zegt, lijkt in strijd met eerdere uitspraken van Muller en met de toelichting uit het eigen halfjaarverslag.

Vladimir Antonov's imperium
De SIA LKB Lîzings bank uit Letland is onderdeel van het imperium van Vladimir Antonov, de jonge Russische bankier die met zijn Snoras bank in 2007 Spyker te hulp schoot na het mislukte avontuur in de Formule 1. Hij investeerde toen 34 miljoen euro in Spyker, nam zitting in de raad van commissarissen en breidde zijn invloed gestaag uit. Hij stak onder andere ook geld in CPP. Ook met Saab wilde hij in 2011 meedoen, maar daar werd hij geweigerd door de autoriteiten. Eind 2011 stortte zijn  bankenimperium ineen toen Litouwen de Snoras bank nationaliseerde.

Eigen medewerker
De claim van 2,3 miljoen tegen Spyker kwam boven water in een heel andere zaak, namelijk een rechtszaak die een voormalig medewerker had aangespannen tegen Spyker omdat hij al maanden lang geen salaris uitbetaald heeft gekregen. Deze Joest Straat, voormalig juridisch manager, zegt in De Telegraaf: "Mij is maandenlang verteld dat er geen geld was. Uiteindelijk boden ze me de helft van het salaris waar ik recht op heb. Dat heb ik geweigerd."

Spyker stelt op zijn beurt de juridisch manager aansprakelijk voor de miljoenenclaim uit Letland, schrijft de Telegraaf, omdat hij nalatig zou zijn geweest bij de afhandeling van deze zaak, waardoor hij helemaal geen recht meer op salaris heeft. Komende vrijdag doet de rechter uitspraak.
 
Never ending story
Het is een never ending story bij Spyker. Geldgebrek leidt tot stoppen van investeringen in de auto’s, tot niet betalen van leveranciers, stagnatie en uiteindelijk krijgen zelfs de eigen medewerkers geen geld meer. De nood lijkt nu echt hoog bij de sportwagenfabrikant.

zaterdag 25 januari 2014

Spyker in 2014 niet op Autosalon van Genève

Spyker staat dit jaar niet op de Autosalon van Genève en dat is zeer opmerkelijk te noemen. Victor Muller had beloofd dat hij op de komende beurs een volledig gerestylede D8 super sports utility vehicle zou laten zien.

Tot dusver was Spyker maar één keer niet present op de meest prestigieuze autoshow van de wereld en dat was in 2012, vlak na het faillissement van Saab. Dat was een begrijpelijke reden. Nu is de reden minder duidelijk. Tegenover BNR laat Muller weten dat de restyling van de D8 nog niet af is. Omdat Spyker die primeur niet kan laten zien, slaat het een jaartje over, stelt Muller.

Spyker heeft toch tijd genoeg gehad om de D8 te herzien. Het oorsponkelijke conceptmodel beleefde zijn debuut al in 2006, ook in Genève. Daarna is de auto nog een keer opgefrist, maar hij is dus al acht jaar oud, en nog steeds een concept.

Dat Muller uitgerekend Genève laat schieten, is verontrustend. Het is de belangrijkste beurs van het jaar en dat heeft Muller zelf ook altijd benadrukt. Daar exposeren betekent gegarandeerd wereldwijde aandacht. In de beginjaren van Spyker stond Muller ook op andere shows, zoals de IAA in Frankfurt en de Los Angeles Auto Show. Die zijn intussen allemaal afgevallen. Nu valt ook de laatste af.

Het kan een kwestie van geld zijn, want in Genève staan is niet goedkoop, maar wat de kosten ook zijn, die betalen zich dubbel en dwars terug in mondiale free publicity die waarschijnlijk een veelvoud zou kosten als het betaalde reclame volgens advertentietarieven zou zijn.

Vanaf 2005 was Genève het brandpunt van het jaar waar Muller zijn primeurs aan de wereld toonde. Hieronder een lijstje:

2005 Spyker C12 LaTurbie
2006 Spyker D12 Peking-to-Paris
2007 Spyker C12 Zagato
2008 Spyker C8 Aileron concept
2009 Spyker C8 Aileron pre-productie model
2010 Spyker C8 Aileron Spyder
2011 Spyker C8 Aileron productie model
2012 niet
2013 Spyker B6 Venator

vrijdag 13 september 2013

Victor Muller verliest belangrijkste financieringsmiddel voor Spyker

Vandaag, vrijdag 13 september, is de laatste dag dat Spyker aan de beurs genoteerd is. De Nederlandse sportwagenbouwer is er niet in geslaagd om van het strafbankje van Euronext af te komen. De beursautoriteit vindt de financiële vooruitzichten te onzeker om de notering te kunnen handhaven.

Uitgerekend op zijn 54ste verjaardag moet Victor Muller deze fikse tegenslag incasseren. Want ook al zal de flamboyante entrepreneur dat nooit willen toegeven, het verdwijnen van de beursnotering is een zware klap voor hem. Muller verliest er zijn belangrijkste financieringsmiddel mee.

In de afgelopen jaren was de beursnotering een dankbaar object om investeerders mee te binden. In ruil voor een kapitaalinjectie kregen ze steevast een flink pakket aandelen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met Michiel Mol in 2006 en anderhalf jaar later met Vladimir Antonov.

Ook werden leningen veelal omgezet in aandelen. Dat gebeurde zelfs nog na de afwikkeling van het faillissement van Saab in 2011, toen leningen van Muller zelf en van zijn oude vriend Pieter Heerema werden geconverteerd. Dat leidde tot een astronomische verwatering. Het aantal uitstaande aandelen per ultimo 2012 was 149 procent hoger dan het aantal eind 2004.

De historie van de beurskoers en de bepalende momenten voor het koersverloop is op dit blog geschetst in twee artikelen (Spyker aan de beurs deel 1: 2004-2007 en Spyker aan de beurs deel 2: 2008-2013).
Toen Spyker in 2004 naar de beurs ging, was het daar nog nauwelijks rijp voor. Het bedrijf verkeerde in de pioniersfase waarin nog volop aan de auto's werd ontwikkeld en het dealernetwerk nog vorm moest krijgen. Het was eigenlijk te vroeg. Maar Muller wilde per se een beursnotering, omdat dat voor hem een belangrijk kwaliteitsstempel was. Een notering hebben is een bewijs van kwaliteit voor potentiële investeerders en klanten.

Muller wilde de beursnotering ook om zijn eigen investering te kunnen verzilveren. Vanaf 1999 had hij miljoenen euro's eigen geld in de oprichting van Spyker gestoken. Door naar de beurs te gaan, hoopte Muller uiteindelijk te kunnen cashen. Om die reden heeft hij altijd een controlerend belang in Spyker gehouden. En ook om die reden wilde Muller financieringsoperaties altijd per se via het beursfonds Spyker laten lopen, en niet op andere niveaus, zodat zijn aandelenpakket waarde zou blijven behouden. Maar helaas voor Muller heeft het niet zo mogen zijn.

De manier waarop Spyker nu van de beurs af gaat, is vrij uitzonderlijk. Doorgaans komt een notering ten einde omdat een bedrijf wordt overgenomen, hetzij door een branchegenoot, hetzij door private equity. Maar dat Euronext de notering eigenhandig doorhaalt, omdat het bedrijf in kwestie zijn zaakjes niet op orde heeft, dat komt bijna nooit voor.

donderdag 12 september 2013

Spyker aan de beurs deel 2: 2008-2013


Het aandeel Spyker verdwijnt op 13 september van de beurs. Dat is de laatste handelsdag en daarmee komt een einde aan ruim 9 jaar beursnotering. Een overzicht in twee delen van de belangrijkste koersontwikkelingen van het aandeel Spyker en hoe dat afgleed tot een pennystock (deel 1: de periode 2004-2007).
De koersontwikkeling in de jaren 2008 tot en met 2013 toont een glijvlucht omlaag, vanwege het uitblijven van gezonde toekomstperspectieven. Er zijn wel af en toe pieken, zoals ten tijde van de overname van Saab, maar omdat de productie van Spykers niet op gang komt, Saab failliet gaat, en er steeds maar weer geld bij moet, gaat het bergafwaarts met de aandelenkoers.

De koersval van het aandeel Spyker (prijs voor de reverse stock split)

Professionalisering biedt hoop
Hoop doet leven voor Spyker in 2008. Er is weer geld om de onderneming voort te zetten. Vol zelfvertrouwen presenteert Spyker op de Autosalon van Genève de C8 Aileron. Dit model is de opvolger van de C8 Laviolette en moet Spyker winst brengen, aldus topman Victor Muller. De sportwagenbouwer professionaliseert. Er worden een operationeel, commercieel en nieuwe, vaste financieel directeur aangetrokken. Op technisch vlak wordt de samenwerking met de Britse sportwagenfabrikant Lotus geïntensiveerd.
Het jaar verloopt tamelijk geruisloos vergeleken met het gekkenhuis dat op 2007 op alle fronten was. De koers van het aandeel Spyker klimt langzaam omhoog en beweegt tussen de EUR 5 en EUR 10.00. Nog steeds ver onder de introductiekoers van EUR 15,50 en onder de piek van ruim EUR 20,00 in 2006, maar hoger dan het dieptepunt van ongeveer EUR 2,50 eind 2007.

Matige cijfers
Het had het jaar van de herrijzenis moeten worden, maar 2008 wordt afgesloten met matige cijfers. Er zijn nauwelijks meer auto’s dan in rampjaar 2007 gebouwd. De verkoop stijgt, maar daar staat tegenover dat Spyker meer auto’s op voorraad krijgt.
De problemen lijken opnieuw niet van de lucht als financieel directeur Lex Roukens vertrekt na amper driekwart jaar in dienst te zijn geweest. Ook financieel gaat het nog niet goed. De autoproductie blijft verliesgevend. Dat er voortdurend geld bij moet, blijkt uit de leningen Vladimir Antonov met zijn Snoras Bank verstrekt.

De koerswinst die het aandeel Spyker in de eerste helft van het jaar maakt, kalft in de tweede helft van 2008 weer af. De koers staat aan het einde van dat jaar weer rond de EUR 3,00.
Antonovs miljoenen branden snel op
Naarmate de maanden vorderen, brandt het geld dat Antonov heeft geinvesteerd, zienderogen verder op. Zonder dat Spyker echt in staat is om op eigen benen te kunnen staan. Begin 2009 is er hoop als de productieversie van de Spyker C8 Aileron wordt onthuld. Naar die auto wordt reikhalzend uitgekeken. Het nieuwe model is cruciaal om Spyker eindelijk levensvatbaar te maken. Maar de grote aantallen laten op zich wachten.
Eind 2009 is de koers tot onder de EUR 2 gezakt. Maar helemaal aan het eind van het jaar komt er weer rumoer rond de koers, als het gerucht de kop opsteekt dat Spyker autobouwer Saab zou willen kopen. Saab's moederconcern General Motors wil van zijn noodlijdende Zweedse dochter af omdat het staatssteun krijgt die alleen bedoeld is voor de Amerikaanse activiteiten. Op de dag dat Spyker in december bevestigt dat het met GM in gesprek is over Saab, spuit de koers 28% omhoog naar EUR 2,03.

Als in de loop van januari duidelijk wordt dat de overname echt gaat lukken, verdubbelt de koers in een paar dagen tijd ruimschoots tot EUR 5,51 op dinsdag 26 januari, als de handtekeningen voor de overname worden gezet. Beleggers zien het weer zitten met Spyker, nu het zich versterkt heeft met Saab.

Stevige boost door deal met BMW
In de loop van 2010 lijkt Saab weer een volledig functionerend zelfstandig bedrijf te worden. Sommige stappen die het zet, leiden tot een stevige boost van de aandelenkoers. De deal met BMW bijvoorbeeld. Spyker meldt in september dat het motoren van BMW gaat betrekken voor het nieuwe model Saab 9-3 dat in 2012 zal verschijnen. Prompt wint de koers zo'n 60%.
De kentering komt begin 2011 als voor de buitenwereld duidelijk wordt dat Saab in moeilijkheden komt. De autoverkopen zijn veel lager dan vooraf begroot en daardoor komt er te weinig geld binnen om het bedrijf goed te laten draaien. Leveranciers moeten steeds langer op hun geld wachten. Eind maart 2011 barst de bom als transporteur DB Schenker op een ochtend onderdelen weigert af te leveren. De koers gaat die dag in het eerste uur van de handel met 10% onderuit.

Dat is het begin van het einde. In de loop van 2011 ontstaat de strijd op leven en dood voor Saab. Muller reist de wereld af op zoek naar financiers. die vindt hij in Chinese partijen. Eerst Hawtai, maar die haakt af, en daarna Pang Da en Youngman. Uiteindelijk blijft alleen Youngman over in een ultieme poging om Saab te redden. De rollercoaster die het bedrijf in 2011 meemaakt en de onzekerheid over het voortbestaan, heeft zijn weerslag op de aandelenkoers.
De koers zakt tot onder de EUR 1 als de beoogde Chinese investeerders maar blijven talmen met geld overmaken terwijl de nood zo hoog is. Als in december 2011 het faillissement van Saab onvermijdelijk is, noteert het aandeel Spyker omstreeks EUR 0,25. Het is verworden tot een pennystock. De financiële gevolgen van het faillissement van Saab voor moederbedrijf Spyker leiden ertoe dat beursautoriteit Euronext Spyker op het zogeheten strafbankje plaatst.

Op een laag pitje
Spyker gaat zelfstandig verder, maar er lijkt niet al te veel te gebeuren in Zeewolde. De productie van de sportwagens wordt uiteindelijk weer teruggehaald naar Nederland als de Britse productiepartner Coventry Prototype Panels failliet gaat. Maar in Zeewolde worden vervolgens nauwelijks auto's in elkaar geschroefd.
In 2012 is de koers zo laag geworden en het aantal aandelen zo hoog, vanwege alle emissies en conversie van leningen door de jaren heen, dat Spyker besluit tot een samenvoeging, ofwel een reverse stock split. Voor elke 100 oude aandelen krijgt de belegger 1 nieuw aandeel. Dit moet Spyker van zijn stigma als pennystock afhelpen. De operatie kost volgens Muller zo'n 50.000 euro, maar dat is het hem waard, omdat het aandeel Spyker door de samenvoeging een serieuzer beleggingsobject wordt.

Het aandeel opent op 1 januari 2013 na de 1-voor-100 samenvoeging op een nieuw vastgestelde prijs van EUR 1,55. Maar het mag niet baten. Beleggers krijgen nauwelijks perspectief voorgeschoteld. Youngman heeft in augustus 2012 beloofd om EUR 10 miljoen in Spyker te investeren. Ook dat geld laat lang op zich wachten. De glijvlucht van het aandeel gaat in de loop van 2013 gewoon door en het  kachelt in enkele maanden tijd weer evenzo makkelijk tot onder de EUR 1.
Omdat de autoverkopen niet op gang komen en tegelijk het Chinese geld op zich laat wachten, lopen de verliezen hoog op. Spyker verbrandt zijn geld in hoog tempo en het eigen vermogen slinkt daardoor zienderogen. De financieringsovereenkomst met Youngman wordt definitief, maar toch is dat voor Euronext allemaal niet genoeg om Spyker weer van het strafbankje te halen.

Lees ook:
Spyker aan de beurs deel 1: 2004-2007

maandag 19 augustus 2013

Spyker aan de beurs deel 1: 2004-2007

Het aandeel Spyker verdwijnt op 13 september van de beurs. Dat is de laatste handelsdag en daarmee komt een einde aan ruim 9 jaar beursnotering. Een overzicht in twee delen van de belangrijkste koersontwikkelingen van het aandeel Spyker en hoe dat afgleed tot een pennystock.

De koersontwikkeling in de jaren 2004 tot en met 2007 is ruwweg te verdelen in 4 perioden (zie koersgrafiek): verlies in het jaar na de beursgang, stijging tot winst in 2006, koersval in 2007 en klein herstel in 2008.

Geen interesse
De naam Spyker verschijnt op 27 mei 2004 voor het eerst op het koersbord van Euronext Amsterdam. De uitgifteprijs van het aandeel Spyker is EUR 15,50, maar de eerste offici
ële koers is echter een kwartje lager met EUR 15,25. Publicitair is de beursgang een succes, financieel echter niet. Muller ziet in de notering zijn gelijk en een overwinning op de sceptici. ‘Vijf jaar geleden liepen er nog koeien op de plek waar nu ons pand staat. En iedereen maar beweren dat het niks zou worden. Dat het toch niet zou lukken, dure auto’s bouwen in Nederland. Ze hebben ongelijk gekregen’, zegt hij in zijn toespraak.

E
én van die sceptici is de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Toenmalig voorzitter Peter Paul de Vries vindt Spyker nog klein en kwetsbaar en vraagt zich af of een onderneming met EUR 900.000 omzet wel een plaats op de beurs verdient. Ook hekelt hij de vermeende deskundigheid van het management.

Belangrijk voor imagoman Muller is, dat de beursnotering ook een ‘kwaliteitsstempel’ op de jonge autofabrikant zet die de pioniersfase nauwelijks is ontgroeid. Voldoen aan de strenge eisen van de financiële autoriteiten zegt wat over de onderneming en vergroot de geloofwaardigheid richting klanten, leveranciers en financiers.
De beursgang levert Spyker EUR 12,8 miljoen op, geld dat wordt gebruikt om een lening af te lossen en om verder te expanderen. Topman Victor Muller schetst grote vooruitzichten voor Spyker en voorziet dat de productie en verkoop de daaropvolgende jaren flink zal toenemen.

Beleggers lijken echter niet echt geïnteresseerd in het aandeel Spyker en ABN Amro, de bank die de beursgang begeleidt, laat het afweten om hen te interesseren. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de greenshoe niet wordt uitgeoefend. Daarbij worden aandelen toegewezen aan beleggers die bij de eerste inschrijving buiten de boot zijn gevallen, omdat de emissie door grote belangstelling is overtekend. Daarvan is bij Spyker geen sprake. Het niet uitoefenen van de greenshoe wordt in de financiële wereld gezien als een teken van gebrek aan succes. Als er voldoende belangstelling was geweest voor de aandelen Spyker dan was de greenshoe moeiteloos gevuld geweest.

In de eerste weken na de beursgang daalt de koers gestaag. Juist in die periode mag van de begeleidende bank worden verwacht dat die de handel bevordert met steunaankopen. Ingewijden stellen dat ABN Amro zijn handen van Spyker heeft afgetrokken. Saillant detail: Spyker is de eerste beursgang die ABN Amro begeleid na zijn fiasco met de beursgang van World Online. In 2004 en 2005 schommelt de koers van Spyker rond de EUR 10.00.

De beursgang is ook het definitieve breekpunt tussen Spyker-oprichters Victor Muller en Maarten de Bruijn. Waar Muller op die dag gretig poseert voor de camera’s en journalisten te woord staat, blijft De Bruijn vooral op de achtergrond. Hoewel Spyker het product is van ontwerper en techneut De Bruijn
én geldschieter Muller, zijn ze die dag weinig echt samen te zien. Er is niet eens een foto waar ze samen op staan. Dan blijkt al dat beide mannen, die wat betreft karakter volstrekte tegenpolen zijn met de rustige De Bruijn en de dominante Muller, ieder een eigen kant op willen met het bedrijf. Waar De Bruijn vooral de auto verder wil perfectioneren en in kleine aantallen wil maken, wil Muller juist opschalen en wereldwijd groeien.

Winning mood

Het aandeel  Spyker begint pas weer eind 2005 te klimmen. Het lijkt in die periode crescendo te gaan met de autofabrikant. Muller weet met het Arabisch-Britse Merchant Bridge en Arabische Mubadala twee nieuwe investeerders aan zich te binden die samen ruim EUR 14 miljoen vers kapitaal in Spyker stoppen. Ze doen dat door nieuwe aandelen op te nemen tegen een prijs boven de dan geldende beurskoers. Daar spreekt vertrouwen uit en dat zien andere beleggers ook. Dat Mubadala ook een belang in Ferrari heeft maakt het vertrouwen onder beleggers alleen maar groter.

Wereldwijd groeit het dealernetwerk en Spyker meldt oplopende productie- en verkoopaantallen. Het sluit een deal met de Duitse carrossier Karmann voor productie van 350 chassis en carrosserieën voor de Spyker-modellen C8 Spyder en C8 Laviolette. Ook introduceert Muller nieuwe modellen zoals de C12 en de D12 Peking-to-Paris.
Er komt dan echter ook steeds meer twijfel bij beleggers, analisten en journalisten over de juistheid van de productie- en verkoopcijfers. Er is onduidelijkheid over hoeveel gemaakte auto’s daadwerkelijk zijn verkocht.

In de eerste helft van 2006 is het aandeel door alle positieve berichten geklommen tot rond de EUR 22.00. De hoogste notering ooit, zal later blijken. Daarna zakt de koers wel weer terug tot het niveau van de introductieprijs. Eind augustus van dat jaar komt Spyker met een persbericht waarin het bevestigt dat het in de Formule 1 wil stappen en onderhandelingen voert met Midland F1. Spyker overweegt de overname te financieren met de uitgifte van aandelen. Beleggers zijn niet overtuigd van Mullers plannen en het aandeel Spyker zakt van EUR 17,40 naar EUR 16,90.
Door de overname van Midland F1 te financieren met het uitgeven van nieuwe aandelen verdubbelt het aantal uitstaande aandelen van bijna 3,8 miljoen naar 6,5 miljoen. De bestaande aandeelhouders krijgen een verwatering van hun belang van 40 procent voor de kiezen.

Als Spyker de overname op 10 september 2006 officieel bekend maakt komen beleggers in de winning mood. Het aandeel Spyker opent die dag 5,3 procent hoger en sluit op EUR 16,92. En als op 27 september de aandeelhouders voor de overname stemmen krijgt de koers nog een impuls en klimt het aandeel in twee dagen van EUR 17,50 naar EUR 17,90. Hoewel de financi
ële problemen bij Spyker in 2006 al groot zijn en door het Formule 1-team alleen maar groter worden, wat bij beleggers niet algemeen bekend is, zit het aandeel in de lift en verkeert in de regionen van EUR 20,00.

Kantelpunt
Een belangrijk kantelpunt voor de koers van Spyker is begin maart 2007. Als een toeleverancier in de media vraagtekens zet bij Spyker’s productie- en verkoopcijfers slaat de positieve beeldvorming bij beleggers, publiek en media om. Er volgt een serie negatieve publicaties.

De eerste zet naar een ongekende koersdaling die Spyker nooit meer te boven zal komen is de verkoop  door Go Capital van een deel van zijn aandelen Spyker 
op 8 maart. Het hedge fonds heeft een belang van iets meer dan 5 procent in de sportwagenbouwer. Fondsmanager Frans van Schaik geeft geen reden voor de verkoop. De koers van het aandeel Spyker keldert met 6 procent en sluit uiteindelijk op EUR 18,60. Het aandeel Spyker staat tot die tijd sinds medio januari 2007 stabiel op een koers rond de EUR 20.

De alarmbellen bij beleggers rinkelen opnieuw als Spyker voorjaar 2007 zijn jaarverslag over 2006 publiceert. In het verslag plaatst Spyker’s  nieuwe accountant Ernst & Young een waarschuwing bij de cijfers, de zogenaamde emphasis of matter, die een stuk scherper is dan de woorden van accountant Deloitte het jaar ervoor. ‘De negatieve resultaten en negatieve kasstroom van de afgelopen jaren indiceren materiele onzekerheid die significante twijfel kan geven over het voortbestaan van te bedrijf.’ De koers van het aandeel Spyker kiepert 5 procent omlaag naar EUR 17,50.

Beleggers leven op dat moment tussen hoop en vrees, maar de genadeklap komt als De Telegraaf op 24 april 2007 de hand weet te leggen op een explosieve fax. Leverancier Karmann heeft genoeg van de slechte betalingsmoraal van Spyker en sommeert de rekening van EUR 3,2 miljoen te betalen met dreiging van juridische stappen. Spyker probeert dit slechte te nieuws te downplayen, maar beleggers schrikken van de betaalachterstand en de koers glijdt verder naar beneden. In twee dagen van EUR 15,80 naar EUR 15,40.

Spyker’s trading update over het eerste kwartaal van 2007 is een opsomming van slecht nieuws. De onderneming meldt naast de dringende behoefte aan geld dat de autoproductie noodgedwongen stil ligt. Het aandeel gaat 7,3 procent onderuit en eindigt op EUR 14,46. Door alle negatieve berichtgeving verkeert Spyker aan de beurs in een vrije val.

Als het Algemeen Dagblad op 28 augustus 2007 schrijft dat schuldeisers het faillissement van Spyker hebben aangevraagd daalt het aandeel verder met 12 procent tot EUR 4,90. Het bericht blijkt niet te kloppen en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) draait na onderzoek de handel in het aandeel Spyker terug. Maar dergelijke berichten brengen het aandeel Spyker niet in rustig vaarwater en het zet zijn daling voort.

Begin september wordt dan ook nog bekend dat de AFM wil, dat Spyker zijn jaarrekening over het afgelopen jaar herziet. De toezichthouder heeft twijfels of de financi
ële verslaggeving over 2006 voldoet aan de boekhoudregels. Ook dit bericht doet de koers geen goed.
Ondertussen wordt duidelijk dat een eigen Formule 1-raceteam voor Spyker niet langer houdbaar is. Aandeelhouders stemmen op 29 oktober 2007 voor verkoop en 7 dagen later is het team definitief verkocht.

Licht herstel
Het ‘annus horribilis’ zoals Muller het jaar 2007 noemt eindigt toch enigszins positief voor Spyker. De Ondernemingskamer stelt de AFM in het ongelijk en Spyker hoeft zijn jaarverslag 2006 niet te herzien. Aan het einde van het jaar tovert Muller met de jonge Russische bankier Vladimir Antonov een nieuwe redder van Spyker uit zijn hoge hoed. Hij is bereid een pakket nieuwe aandelen te kopen en leningen te verstrekken voor samen EUR 34,5 miljoen.

Spyker laat de aandelendrukpers weer flink draaien zodat Antonov een belang van 30 procent in Spyker verwerft. De verwatering is nadelig voor de bestaande aandeelhouders, maar Spyker heeft weer lucht. De koers van het aandeel Spyker reageert positief, maar beweegt zich dan onder de EUR 5,00 en is geen schim meer van wat het een jaar daarvoor nog was.

Lees ook deel 2: de periode 2008 tot en met heden met daarin het effect van de overname en het faillissement van Saab op de aandelenkoers van Spyker.

zaterdag 17 augustus 2013

Spyker zakt verder weg zonder beursnotering


Het brullende motorgeluid van Spyker-sportwagens rolt 27 mei 2004 over het Damrak in hartje Amsterdam. Spyker-oprichters Victor Muller en Maarten de Bruijn komen in stijl naar het beursgebouw om hun geesteskind naar de beurs te brengen. Voor de gelegenheid is zelfs een dummy van een Spyker Double 12 R op de beursvloer geparkeerd, de auto waarmee de jonge autofabriek op Le Mans racet. In een vlammende speech in de bestuurskamer van de beurs, bij de ondertekening van de papieren, veegt Victor Muller de vloer aan met de sceptici. Hij balt daarin alles samen wat hem als ondernemer drijft. Door de beursgang rekent hij af met de zwartkijkers die niet in de kleine sportwagenbouwer geloven: het bewijs dat het wél kan is er nu. Het is Muller ten voeten uit.

Negen jaar later komt er een einde aan de beursnotering van de –nog steeds- kleine sportwagenfabrikant. 13 September is de laatste dag dat er openbaar in het aandeel Spyker kan worden gehandeld, maakte de onderneming vrijdagavond nabeurs bekend. Verrassend is de verwijdering van de beurs niet. Spyker moest zijn financiën op orde krijgen om te voorkomen dat het van de beurs zou verdwijnen. En wie de recente halfjaarcijfers zag, wist dat dat allesbehalve is gelukt. Het bloed loopt uit de onderneming.

Strafbankje
Sinds 13 september 2011 zat Spyker op het “strafbankje” van NYSE Euronext Amsterdam, nadat Spyker’s toenmalige dochter Saab Automobile een verzoek tot surséance van betaling had ingediend. Spyker moest nu eerst maatregelen nemen en aantonen dat het een gezonde financiële basis en levensvatbare toekomst heeft om onder de curatele van de beurs uit te komen.

Omdat de herstructurering van de onderneming niet binnen een jaar was voltooid vroeg Spyker twee keer aan de beursautoriteiten om verlenging van de maatregel (per 13 september 2012 en per 13 maart 2013). Beide verzoeken werden door NYSE Euronext ingewilligd. De tweede verlenging en deadline eindigt op 13 september 2013. Omdat de financiën nog steeds niet op orde zijn beëindigt Euronext de notering. De facto zorgt het faillissement van Saab nu voor het einde van Spyker aan de beurs.

Volgens financieel directeur Arjen Dikken van Spyker is er geen kans dat de maatregel wordt teruggedraaid. ‘De delisting is definitief’, zegt hij zaterdag in Het Financieele Dagblad. Hij erkent dat de maatregel vervelend is voor aandeelhouders. ‘Maar we hebben te maken met de regelgeving van de beurs.’

Terugkeer
Een terugkeer van Spyker naar de beurs ligt niet voor de hand. Dan moet de onderneming weer het hele proces door van controle en goedkeuring door bankiers en juristen en het uitbrengen van een prospectus. En daarbij komt: wie zou nu nog in Spyker willen investeren na alles wat er zich in de negen jaar bij de onderneming heeft afgespeeld? Destijds in 2004 was Spyker amper de pioniersfase voorbij, de onderneming had zich nauwelijks bewezen en in de advertentie voor de nieuwe aandelen Spyker stond dat beleggen in de jonge onderneming ‘een hoge mate van risico inhoudt’. Daarin is niets veranderd.

De koers van het aandeel Spyker ontwikkelde zich in de afgelopen negen jaar als een wilde achtbaanrit die vooral in gierende vaart naar beneden ging. Gedurfde en risicovolle plannen van Victor Muller zoals de aankoop van een Formule 1-raceteam, wat bijna tot het faillissement van Spyker leed, en de overname van de noodlijdende Zweedse autofabrikant Saab zijn daar de voornaamste oorzaak van. Waar Spyker naar de beurs ging voor EUR 15,50 per aandeel, staat de koers vandaag de dag op EUR 0,80 (daarin zit wel een omgekeerde aandelensplitsing verwerkt).

Geld
Met het einde van de beursnotering verliest Spyker een belangrijk financieringsmiddel. Victor Muller heeft de afgelopen negen jaar de aandelenpers flink laten draaien om aandelen Spyker uit te geven om zijn plannen te financieren en leningen om te zetten in aandelen (al dan niet nadat Spyker die niet kon aflossen). En juist nu heeft Spyker weer eens dringend geld nodig.

Want  op de dag dat het einde van de beursnotering werd aangekondigd, introduceerde Spyker ook zijn nieuwste model B6 Venator Spyder. Voor zowel de open als de dichte versie van de Venator zoekt Spyker nog naar geld om ze verder te kunnen ontwikkelen en in productie te nemen. Het is nog steeds onduidelijk waar dat geld vandaan gaat komen. 

Het schrappen van de beursnotering is ook een forse tegenslag voor Victor Muller persoonlijk. Niet alleen mist zijn Spyker zonder beursnotering een ‘kwaliteitsstempel’. Immers, als je aan de strenge eisen van de financiële autoriteiten voldoet zegt dat wat over je bedrijf. Het vergroot de geloofwaardigheid richting klanten, leveranciers en financiers.

Geen beursnotering ontneemt Muller ook de mogelijkheid om te cashen. Want Muller is Spyker niet alleen begonnen als autoliefhebber, maar ook als investeerder. Zijn idee was om de sportwagenfabrikant op te bouwen en op een gunstig moment te verkopen en als investeerder zijn winst te pakken. Dat moment is door alle problemen bij Spyker echter nooit gekomen. En dat lijkt nu nog verder weg dan ooit.


Stay tuned: later een update van de hoogte- en dieptepunten van 9 jaar beursnotering Spyker.